Stenen ploempen
Het was vandaag snoeiheet, en daar ben ik geen fan van. Dus nadat ik alle ramen en deuren goed dicht had gedaan, heb ik een picknicktas volgepakt met appels, water, ice-tea en rozijntjes, en zijn Jasper en ik op de fiets naar de Waal getogen.

Het was daar héérlijk. Jasper heeft tot aan z’n dijen in het water gestaan, wat ik erg dapper van hem vond. Het eerste kwartier kregen de grote boten nog zijn volle aandacht. Verrukt gilde hij steeds: “Ooooh, nòg een hele grote boot!”, maar daar ging na een poosje (zo’n 25 boten verder) de nieuwigheid toch wat vanaf.
Daarna heeft hij urenlang grote bakstenen in het water gegooid, want dat geeft zo’n fijne, harde ‘ploemp’.
Hij zit trouwens in de ‘vraag-fase’. “Wat is dat?” heeft hij vandaag zo’n zeshonderd keer gevraagd.
“Wat is dat?”
“Een tractor, dat weet je toch wel?”
“Wat is dat?”
“Een aanhanger achter de tractor.”
“Wat is dat?”
“Daar kan die boer al die appels in doen.”
“Is dat?”
“Euh, weet ik ook niet, hoor. Wat bedoel je?”
Enzovoort. Het hield niet op. En ik maar braaf antwoord geven, want dat is een automatisme: als iemand een vraag stelt, probeer je daarop te antwoorden. Ik houd het maar op gezonde nieuwsgierigheid, en als ik daar -na zeshonderd keer dezelfde vraag- wat ongeduldig op reageer, dan is dat vast ook héél gezond…


Wat een leuk t-shirtje heeft-’ie aan! FOTO!!