Wat zegt-’ie?

Jasper met zijn favoriete ballen
Jasper kletst de oren van je hoofd.
Hij zei al vrij snel ‘pappa’, maar ‘mamma’ blijft een onoverkomelijk obstakel. Daar maakt-’ie ‘bappa’ van en daar luister ik ook naar. Vreemd genoeg heeft hij geen moeite met ‘mamamamamama’, dus ik denk dat hij me gewoon in de maling neemt…
Hij kletst dus, en Martijn en ik verstaan hem aardig. Hier volgt een Wat & Hoe in het Jaspers:
- Baatje = ? Geen idee. Hij zegt het nu minder, maar het was weken-, zo niet maandenlang zijn belangrijkste woord. Als hij ‘s nachts huilend wakker werd, snikte hij “baatje” en als hij een leuk liedje hoorde kraaide hij “baatje”
- Baw = bal. Zijn favoriete woord. Hij zei eerst “bah”, maar heeft nu door dat het woord dan nog niet af is, vandaar de w.
- Bah, bah, bah, die heeeetie bah, die heeeetie bah = bal, bal, bal, wie heeft die bal, die mooi bal van goud
- Balleh = ballon. Ook favoriet.
- Teute/Tiete = Tja, dat zijn de katten. Niet alleen onze katten, Teun en Fien, noemt hij zo, maar andere poezen spreekt hij ook zo aan. Wel moeilijk uit te leggen, hoor, als hij al “tiete” roepende door het raam van de buurvrouw naar binnen staat te wijzen. Of als hij de kinderopvang binnenloopt, een plaatje van een poes ziet en vervolgens als een plaat die blijft hangen “tiete” blijft roepen…
- Ish = vis. Het begon, zoals vreemd genoeg met meer woorden, achterstevoren: “shi”
- Moom = boom. Dit zij hij vandaag ineens op de fiets, maar ook weer achterstevoren: hij zei echt duidelijk “moob”, toen hoorde hij blijkbaar dat de laatste klank een m is en nu is het dus moom.
- Diht = dicht. *duwt de afwasmachine/bureaulade/deur dicht*
- Op = op. *draait demonstratief het kommetje om waar appel in lag*
- Aaaah = aai. “Aaaah Tiete”
- Pappa = pappa
- Pappa = papegaai
- Bappa = mamma
- zes, setuh, aaht = zes, zeven, acht. Als we de trap oplopen, maar ook als we andere dingen tellen.
- eet = eend. Hij begint dan vaak meteen ‘alle eendjes zwemmen in het water’ te zingen/neuriën/murmelen
- uf = woef. Als we een hond zien. Het grappige is dat hij bij een grote, harige hond en een klein, kaal schoothondje allebei “uf” zegt en dus ziet dat het twee dezelfde beesten zijn. Dat kost mij soms moeite.
- fis = fiets
- paad = paard. Hij maakt hier vaak een geluid na als van een paard: “paad, iiii”
- Aap = aap
- Us = neus
- Jas = jas
- Dada! = dag! *zwaait*
En als we nu ‘Old Mac Donald has a farm’ zingen, zingt hij op de goede momenten: “ia-ia-uh”.

Papegaai is pa-paaii geworden. Open en dicht heeft ‘ie nu goed door en wijst naar een deur en zegt open, dicht of alle twee. Als hij uit zijn bed wil wijst hij naar de kamer en zegt “uit”. Hij schopt gericht tegen een bal en friemelt voor de lol met zijn hand in de lucht. “Mamma” wil nog steeds niet vlotten…
Als ik van mijn werk thuis kom rent ‘ie me me lachend tegemoet en draait zich een meter voor me met zijn rug naar me toe en wijst ergens de kamer in. “Bal!”
“Ja, vast wel.” denk ik dan en loop hem maar achterna.