Ziek

Ik ben niet ziek. Alleen Jasper en Martijn hebben last (gehad) van dit nare griepje. Deze foto laat vooral zien dat ik me erg solidair voelde met de zieken...
Kijk, wie ligt daar in zijn bed?
Kleine beertje Jasperloentje.
Kijk, wie ligt daar in zijn bed?
Jasperloentje met de pet!
Lust geen appeltjes, lust geen peertjes
speelt niet met de andere beertjes
wil niet wandelen in ‘t plantsoentje
arme, zieke Jasperloentje…!
Drie dokters uit het berenland
kwamen aan beertjes ledikant.
Het eerst kwam dokter Hoggelemog
Die zei: wat heeft dat beertje toch?
Lust geen appeltjes enzovoorts…
Beertje heeft de berenkoorts.
Toen kwam dokter Higgelemig
die zei: wat is dat akelig!
Lust geen peertjes en geen lof…
Beertje heeft de berenbof!
Toen kwam dokter Huggelemug.
Die zei: gaan jullie maar terug!
Sta daar niet te bazelen!
Beertje heeft de mazelen!
Het is niet waar! Het is niet waar!
Ze kregen ruzie met mekaar.
‘t Is niet! ‘t Is wel! ‘t Is niet! ‘t Is wel!
Ze beten in elkanders vel.
Ik heb gelijk! ‘t Is niet! ‘t Is heus!
Ze beten in elkanders neus.
Ze keken niet meer op of om.
Van grim gram grauw! En grim gram grom!
En toen ze eindelijk keken, zeg,
toen was het zieke beetje weg!
Jasperloentje met de pet
was verdwenen, was verdwenen.
Jasperloentje met de pet
was verdwenen uit zijn bed.
Liep weer in zijn tuintje rond
was weer helemaal gezond
at weer appeltjes, at weer peertjes
speelde weer met de andere beertjes
ging weer wandelen in ‘t plantsoentje
kleine, bétere Jasperloentje.
Annie M. G. Schmidt

Jasperloentje, die kleine beer
ja hoor, ik hoor hem weer!
lopen, fietsen en ook springen in het rond
ja hoor, Jasperloentje is weer gezond